|
LEEUWARDEN - ,,Er moet drastisch bezuinigd worden door Den Haag en waar beter te beginnen dan bij die ‘ergerlijke’ provincies. Slopen die handel, zegt minister van binnenlandse zaken Guusje ter Horst (PvdA) . Geen rituele dans, dit is bittere ernst, zegt de commissaris der koningin in Drenthe. Maar weten ze dat wel in de burcht aan de Snekertrekweg in de hoofdplaats van Friesland? Het is opvallend dat Fryslân het gevaar voor haar eigen voortbestaan niet onderkent of al fluitend negeert. (...) Het is provincialisme troef. Van het zelfbenoemde 'boegbeeld' van de provincie, commissaris John Jorritsma, horen we bitter weinig over de gevaren die vanuit Den Haag dreigen.'' Want het voortbestaan van de provincies als bestuurslaag staat onder vuur. Zelfs minister Guusje ter Horst van binnenlandse zaken vroeg zich al eens af of de provincies nog wel nuttig en nodig zijn. Fryslân heeft daarbij een ,,afwachtende, soms sullige houding''. Een elftal studenten van de NHL Hogeschool in Leeuwarden heeft een mooi plan bedacht. Ze willen een brede campagne opzetten om af te komen van de passieve houding van Friezen ten opzichte van zelfontplooiing. ,,Dromen van een grote toekomst en het najagen van passies moeten uit de taboesfeer worden gehaald.” Friezen vinden al gauw dat ‘het toch geen zin heeft’, dat je ‘niet zo gek moet doen’ en dat ‘het zo toch ook goed is’. De studenten, verenigd in de projectgroep De Ambachtelijke Concepterij, pleiten onder meer voor een Inspiratiebeurs waar kinderen vanaf een jaar of tien kunnen ontdekken waar hun hart ligt. Ze hebben het plannetje voor meer ambitie bij Friese jongeren bedacht in het kader van een project waartoe de provincie Fryslân opdracht gaf. De hbo-studenten verdienen het dat het op het hoogste niveau van het provinciaal bestuur wordt besproken. Want ze slaan de spijker op de kop van het probleem van Friesland: er heerst een sfeer van ‘laat ons hier nu maar rustig ons gangetje gaan, in ons schitterende isolement, dan komt het vanzelf goed’. De exponent van deze ietwat afwachtende, soms sullige houding is Fryslân zelf en de provincie zou de uitkomsten van het gedachtegoed van de NHL-studenten dan ook ter harte moeten nemen. Want soms lijkt het wel alsof in de burcht aan de Snekertrekweg in Leeuwarden geen benul heerst over welke gevaren Friesland bedreigen. En als het eens wel doordringt, dan wordt er in gezamenlijkheid door bestuurders en ambtenaren heel hard gefloten in de hoop dat het gevaar als vanzelf weer verdwijnt. BRUSSEL Helaas, de werkelijkheid zou wel eens een heel andere kunnen zijn. Er is een serieuze beweging gaande in de landelijke politiek, die erop uitkomt dat het ‘middenbestuur’, de provincie dus, zijn langste tijd heeft gehad. De redenering is ongeveer als volgt: Brussel neemt Den Haag steeds meer werk uit handen; om het gat te vullen kijkt Den Haag naar beneden en ziet in de provincies een gemakkelijke en rijke prooi. Overdreven? Daar zijn zelfs niet alle voorstanders van de provincie als zelfstandig bestuursorgaan van overtuigd. Feit is dat onder druk van de recessie de bestuurlijke inrichting van Nederland hoger dan ooit op de politieke agenda staat. Dit kabinet heeft uitgesproken dat het bij voorkeur niet meer dan twee overheidslagen wil inzetten. En minister Guusje ter Horst (PvdA) van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties heeft daaraan toegevoegd dat de provinciale laag wel gesloopt kan worden. Politici als Femke Halsema (GroenLinks), Alexander Pechtold (D66) en Rita Verdonk (Trots op Nederland) hebben eveneens geroepen dat provincies maar beter afgeschaft kunnen worden. Deze zomer komen de twintig ambtelijke werkgroepen met hun voorstellen, die gezamenlijk maar liefst €35 miljard aan bezuinigingen moeten opleveren. Dat die plannen op diverse terreinen een cultuurschok teweeg zullen brengen, staat als een paal boven water. Pappen en nat houden is verleden tijd. Een van die werkgroepen richt zich op het binnenlands bestuur. Drie keer raden wat op de agenda van die werkgroep staat: het opheffen van de provincie als bestuurslaag. Ook bij de grote partijen heerst scepsis over het voortbestaan van de provincie. Eerder sprak voormalig minister van binnenlandse zaken, Johan Remkes (VVD), denigrerend over de ‘holle bolle gijs van het openbaar bestuur’ en Herman Tjeenk Willink (PvdA), vice-voorzitter van de Raad van State, repte van de provincie als ‘een roestig geworden scharnier’. GRONDWET Oh ja, zullen de voorstanders van het voortbestaan van de provincie in koor roepen, en de Grondwet dan? En die tientallen, misschien wel honderden wetten die dan veranderd moeten worden? Inderdaad,de positie van de provincies is in de Grondwet verankerd. Dus behoeft het opheffen ervan wijziging van de Grondwet. Dat vergt behandeling in twee kabinetsperioden en dan moet een tweederde meerderheid van het parlement er voorstander van zijn. ,,Je bent zo tien jaar verder en dus levert opheffing van de provincies vóór 2020 geen cent op”, rekenden Arno Korsten, hoogleraar bestuurskunde en Cees Versteden, specialist provincierecht, onlangs in NRC Handelsblad voor. Om er gelijk aan toe te voegen dat dit sluwe Haagse beleidsvoerders er niet van zal weerhouden tal van taken stapsgewijs bij provincies weg te halen. Het Haagse machtsmiddel bij uitstek is inkrimping van het Provinciefonds. Minder beleid, dan ook minder middelen. Niet dat Korsten en Versteden er grote voorstanders van zijn. Zij zien juist de gevaren van centralisatie van de ruimtelijke ordening van de regio’s, de mobiliteit, de bedrijventerreinen, de waterschappen, bij rampen en bij benoemingen van burgemeesters. ,,Weet Den Haag hoe de beken in de Achterhoek het beste kunnen meanderen?”, vragen zij zich retorisch af. Een PvdA-gedeputeerde van Gelderland, Co Verdaas, deed in de Volkskrant een duit in het zakje. Hij vindt een afgeslankte rijksoverheid en een versterkt middenbestuur meer voor de hand liggen dan het opheffen van de provincies. Daar hebben ze op het ministerie van Ter Horst stiekem heel hard om moeten lachen. Want het werkt natuurlijk zo dat wat aan beleid uit Den Haag naar Brussel vertrekt, wordt aangevuld met werk dat nu door provincies wordt gedaan. En niet andersom! En alsof dat al niet genoeg is, werd Verdaas in de zelfde krant ook nog eens van repliek gediend door bestuurskundige Klaartje Peters, auteur van ‘Het opgeblazen bestuur; een kritische kijk op de provincie’ (2007). Dat de Gelderse bestuurder zich de vraag stelt waarom de provincies toch zo’n populaire pispaal zijn, noemt zij tekenend. Want terwijl in politiek Den Haag het geduld met de provincies begint op te raken, is een deel van de provinciale bestuurders nog steeds niet bereid kritisch naar zichzelf te kijken. ERGERLIJK Volgens Peters wekte de profileringsdrang van de provincies in de jaren negentig van de vorige eeuw – onder invloed van dramatische opkomstcijfers bij verkiezingen en een comfortabele financiële positie – grote ergernis, en had deze negatieve gevolgen voor de werking van het openbaar bestuur. Gemeenten werden voor de voeten gelopen bij de uitoefening van taken als armoedebeleid, daklozenprojecten en ontwikkelingshulp; geld werd verspild doordat de verkeerde bestuurslaag problemen probeerde aan te pakken en bovendien werd de bestuurlijke drukte fors vergroot. Peters: ,,Maar het ergste was dat de provincies leken te vergeten waarvoor ze wél waren bedoeld, namelijk het uitoefenen van enkele belangrijke taken in het ruimtelijk domein. Nederlanders hechten veel belang aan het beschermen en aanleggen van natuurgebieden en het voorkomen van verrommeling van het landschap. Het is daarom haast schandalig dat de Gelderse gedeputeerde het probleem van de gemeentelijke bedrijventerreinen noemt als voorbeeld van het belang van de provincies: dit is nu bij uitstek een taak die de provincies jarenlang hebben laten liggen.” Het is opvallend dat Fryslân het gevaar voor haar eigen voortbestaan niet onderkent of al fluitend negeert. Behalve de FNP, waarvan provinciaal voorzitter Nynke Beetstra in haar nieuwjaarstoespraak zei: ,,Hannen ôf fan Fryslân is net allinne in ferkiezingsgjalp, mar in warskôging foar in reëel gefaar dat út Den Haach driget.” Ere wie ere toekomt. Maar voor de rest is het provincialisme troef. Van het zelfbenoemde ‘boegbeeld’ van de provincie, commissaris der koningin John Jorritsma, horen we bitter weinig over de gevaren die vanuit Den Haag dreigen. Weliswaar stelt hij zich inhoudelijk op achter de noordelijke samenwerking, maar naar buiten luidt de repeterende breuk: ‘Friesland is een sterk merk’. ‘ROBUUST’ Naar binnen heeft Jorritsma zich het nieuwe ambtenarenwoord ‘robuust’ eigen gemaakt en gedraagt hij zich als een zendeling die nog heel veel beschavingswerk heeft te verrichten onder zijn nieuwe onderdanen. Hij mag wel opschieten, anders stelt Den Haag hem niet eens meer in staat zijn missie af te maken. Heel anders en duidelijk meer gealarmeerd over de ontwikkelingen in Brussel en Den Haag reageren de collega’s uit de beide buurprovincies, Max van den Berg (PvdA, Groningen) en Jacques Tichelaar (PvdA, Drenthe). Van den Berg stelde in zijn nieuwjaarstoespraak onomwonden dat Den Haag met zijn handen van de provincie af moet blijven. Het Noorden, dat in de afgelopen decennia nu juist een economische inhaalslag heeft gemaakt, dreigt door de landelijke overheid onderuit te worden gehaald. Het financieel uitkleden van de drie provincies betekent een rem op de ontwikkeling van gebieden die economisch in de lift zitten. Van den Berg noemde de toenemende neiging van het rijk om gebieden als Noord-Nederland vanuit de Randstad te ontwikkelen zorgwekkend. ,,Val onze inwoners niet lastig met te veel centralisme en los de bestuurlijke drukte in de Randstad op. Het kan niet zo zijn dat provincies worden gedegradeerd tot Haagse zetbazen die met de handen op de rug nog een handjevol taken hebben.”Was diens betoog nog tamelijk defensief, Tichelaar ging in zijn eerste nieuwjaarsrede in het Drentse gelijk ten aanval. ,,Wij moeten moed, visie en durf tonen. Want de discussie over het middenbestuur is niet langer een regelmatig terugkerende rituele dans; dit keer is het bittere ernst.” Tichelaar baarde in zijn toespraak opzien door de opslag van CO2 en radioactief afval in Drentse bodem – ,,het is ook onze rotzooi, onze verantwoordelijkheid’ - bespreekbaar te maken. Het past in zijn pleidooi voor gemeentelijke en provinciale ‘bestuurders met ballen’ die moeten zoeken naar onorthodoxe oplossingen, over dorps-, gemeente-, provicie- en zelfs wettelijke grenzen heen en daarmee hun bestaansrecht bewijzen. Wie tussen de regels door leest, ontwaart ook nog een boodschap van deze Fries in Drenthe voor zijn collega’s in Leeuwarden en Groningen. Als voormalig lid van de Tweede Kamer weet hij hoe ‘armoedig en kansloos’ het gescheiden optrekken van lagere overheden naar Den Haag overkomt. ,,Als je samen optrekt, met goede en gedurfde plannen, kun je een vuist maken. Dat maakt indruk en kans. Alleen als je met één mond spreekt.” Maar of zelfs die samenwerking genoeg is om Den Haag te overtuigen van het nut van het middenbestuur valt nog te bezien.
|